praise in de polder

Zomer 1977. Onder de smog van Rotterdam tuffen John Oostdijk en Victor van Heusden in een redelijk comfortabele limousine naar Driebergen. De autoradio zendt flitsen uit van het popfestival in het nabij gelegen Kralingse Bos. "Zoiets moeten wij ook hebben" bromt Oostdijk, 30 jaar, sinds 1971 terug uit Amerika, waar hij in New York een bijbelschool bezocht.

Van Heusden, 29 jaar, voormalig supermarktmanager te Dordrecht, in die tijd regioleider bij Youth for Christ, tilt een wenkbrauw op. "Hoe bedoel je?", informeert hij koeltjes. Oostdijk schakelt terug en licht vriend Victor in.

John Oostdijk over die autorit: "Toen ik dat popfestival over de autoradio hoorde werden er direct heel veel dingen gekoppeld in m'n hoofd. Ik zeg altijd: 'I try everything once'. Een aantal jaren achtereen was ik naar het Britse gospelmuziekfestival Greenbelt geweest. Daarvan raakte ik zeer onder de indruk. Het beeld van Greenbelt achtervolgde me altijd. Terug in ons land woonde ik een keer in Zeeland bij van 'Youth for Christ - Goes'. Die jongens hadden een weekend op Kamperland, aan het Veerse Meer. Toen ik 'Kralingen' op de autoradio hoorde, dacht ik aan het Veerse Meer. Dat is 't gewoon! Victor en ik zijn later naar camping 'de Schotsman' gegaan om te vragen wat er mogelijk was. Zo is de bal een beetje gaan rollen".

Victor van Heusden over de gedenkwaardige autorit: "John en ik hielden van muziek en werkten er graag mee. Mensen zijn graag rond muziek bij elkaar. We vroegen ons af of we dat niet bij elkaar konden brengen: muziek en communicatie; verkondiging en evangelie. 't Was dus eigenlijk een hobby. Onze voorbeelden warden de meerdaagse muziekfestivals, en dan vooral Greenbelt dat we altijd als Grote Broer zijn blijven zien."

John Oostdijk herinnert zich de discussie in het bestuur van Youth for Christ over het plan van de twee jonge regioleiders: "Toe we zelf helder voor ogen hadden wat we wilden, brachten we het plan in het YfC-bestuur. Op de eerste bestuursvergadering werd ons gevraagd hoeveel bezoekers wij verwachtten. Meteen riepen er al een paar: "Hoger dan de 700 kom je toch nooit! Terwijl Victor en ik zeiden: 'Nou, 1500 ongeveer, dat moet je de eerste keer kunnen halen'. Zo is het ook geworden. In 1978 hadden we op Kamperland 1700 jongeren. De hele sfeer in het begin, de spanning die er aan vastzit om zoiets op te zetten - dat kwam de samenwerking ten goede. De mensen zagen het zitten. Je weet waarom je het wilt doen. En dan ga je door".